Alwéér het klimaat, een figuurlijke bom en een levensgevaarlijke journalist


Deel 1 van mijn debatverslag van ‘Media en het klimaat’

Mekelzaal 1

Mekelzaal van Science Centre Delft

Het vermoeiende van herhalen, de alternatieve behandeling van klimaatwetenschap en de agenda van journalisten. Dat komt aan de orde in het eerste deel van mijn (tweedelig) verslag van het debat ‘The Media and the Climate’. Dit werd op 17 november jl. georganiseerd door het TU Delft Climate Institute in de Mekelzaal van het Science Centre.

Het wie, wat, waar, waarom, wanneer van het debat staan op de site van de TU Delft.

Herhalen, herhalen, herhalen

‘Ik verbaas me over waarom we dit debat voeren’. Joep Engels (Trouw) bedoelt niet dat de discussie zinloos is, maar hij doelt op het feit dat wetenschapsjournalisten zo vaak iets moeten herhalen. ‘Waarom moeten we alwéér vertellen dat we geen vlees moeten eten? Dat wisten we toch al lang?’ ‘De kraan moet steeds weer opnieuw dicht’, in 1997, in 2005, in 2015. En toen Al Gore aan kwam met zijn film, was het voor Joep ook oud nieuws. Simon Rozendaal (Elsevier) beaamt dit. De aandacht voor het klimaat ziet hij in golven komen. Hij schreef eind jaren ’70 over het broeikaseffect, in de jaren ’90 ‘kwam het klimaat weer even op’, de 3e golf was met Al Gore en nu is er weer een: ‘het Klimaatdebat 4.0’.

De andere journalisten beamen dat ze moeten herhalen, maar zeggen ze: dat heb je met alle onderwerpen. Dus niet uitzonderlijk. Mensen vergeten veel en vaak. Bart Verheggen (klimaatwetenschapper en blogger) benadrukt: ‘Denk niet dat je lezers méér weten’.

Klimaatwetenschap vs. andere wetenschappen

Joep: ‘Waarom krijg ik bij een bericht over de ontdekking van het Higgs-deeltje geen enkele vraag en waarom bij “De aarde warmt verder op” heel veel vragen van: “hoe weet je dat zo zeker?”’ Blijkbaar is de ene wetenschappelijke ontdekking de ander niet. Ook Bart noemt een soortgelijk voorbeeld in zijn betoog: de stelligheid waarmee over Pluto wordt bericht, versus een stuk over wolkenvorming zonder enige duiding wat daarmee bedoeld wordt voor het klimaat.

Simon laat dan een figuurlijke bom vallen, in een zaal dat voor 2/3 gevuld is met wetenschappers en studenten, als hij roept dat 2/3 van alle wetenschapsstudies niet blijkt te kloppen. Natuurlijk krijgt hij protest uit de zaal. Hij haalt professor John Ioannidis aan, die daar onderzoek naar heeft gedaan. Iemand in de zaal googelt even snel en moppert dat het bij Ioannidis gaat om genetische en psychologische studies. Voor beta’s een duidelijke ‘duh’. Maar Simon pareert door te zeggen dat klimaatverandering geen wiskunde is. Oftewel, hij vindt dat klimaatwetenschap te vergelijken is met ‘vagere’ studies als psychologie en economie.

Rol van de journalist

De journalisten hebben het allemaal in meer of mindere mate over hun rol. Een van de dingen die mij opvalt is dat Simon Rozendaal de nadruk van die rol legt op het controleren van de machthebbers en Jelmer Mommers (De Correspondent) op het dienen van het publiek.

Jelmer legt uit hoe moeilijk het is voor journalisten om het publiek goed te dienen in het internettijdperk, vanwege de informatie-overload. Iedereen kan immers op het internet overal informatie vandaan halen: correcte en incorrecte.

Tegenstrijdige berichten

Mekelzaal van Science Centre Delft

Mekelzaal van Science Centre Delft

Dan is het ook nog eens zo dat nieuwsberichten niet eenduidig zijn. Een aantal van de aanwezige journalisten – in elk geval Jelmer en Bart – tonen in hun presentatie verschillende krantenkoppen die elkaar tegen spreken. Jelmer vindt dit een ernstig probleem, omdat de journalist in dienst staat van de lezer. ‘Hoe moet de lezer weten hoe het zit als de berichten tegenstrijdig zijn?’

Maarten Keulemans (De Volkskrant) geeft in zijn betoog aan welke grove fouten er gemaakt worden door de vele nieuwsredacties zonder wetenschapsredactie. De NOS bijvoorbeeld. Bovendien ‘pimpen’ journalisten hun verhaal. Plus, de route die een verhaal afneemt is twijfelachtig: de schrijver van de onderzoeksresultaten maakt zijn verhaal wat mooier, het persbericht is nog wat mooier, het artikeltje n.a.v. het persbericht nog wat, en daarna verschijnt er nog een blogje over dat artikel dat nog iets mooier is. Uiteindelijk heb je ‘een homeopatisch aftreksel’.

Opvallend genoeg blijkt tijdens de discussie dat er soms/vaak in een kop weer iets anders staat dan in het artikel. Dat het artikel best wetenschappelijk onderbouwd kan zijn, maar dat de kop misleidend is. Dat doet echter het tegenstrijdige gevoel bij de lezer niet afnemen.

Focus op actualiteit

De berichtgeving is, volgens Jelmer, verwarrend omdat journalisten geleid worden door de actualiteit. Als er een nieuw rapport is, dan verschijnt daarover een bericht. De Correspondent is erom bekend dat het wat afstand neemt van de actualiteit en achtergronden van de actualiteit poogt te beschrijven, dus heel verrassend is Jelmers opvatting niet.

Bart betoogt echter ook tegen de verwarring die optreedt. De focus van journalisten ligt volgens hem op korte tijdschalen en op ‘het nieuwste artikel’. Een journalist houdt van hoor–wederhoor, maar een afwijkende mening van een wetenschapper geven, geeft volgens hem een vertekend beeld. ‘Tegengestelde meningen laten zien, geeft een vertekend beeld van hoe de wetenschap er zelf over denkt’.

De framing van klimaatverandering is volgens Jelmer momenteel apocalyptisch; het ‘einde van de wereld’. Daar zijn de debatgenoten het niet allen mee eens. Maarten wel: ‘Alle pijlen zijn gericht op scoren. Bij het klimaat ook. Vandaar het apocalyptische.’

Om het apocalyptische tegen te gaan, pleit Jelmer voor constructieve journalistiek. Dat je niet alleen de negatieve aspecten van klimaatverandering laat zien, maar ook de constructieve, de positieve berichten verslaat. Dat is volgens Jelmer de te streven balans en niet die tussen activisme en IPCC, die hij nu vaak ontwaart.

Activisme en transparantie

Allemaal redenen voor Jelmer om te pleiten voor een meer activistische houding onder journalisten. Journalisten houden nu een forced balance tussen de activisten en de IPCC, en die klopt niet.

Met deze oproep voor meer activisme heeft hij de gevestigde wetenschapsjournalisten vanzelfsprekend meteen op de kast. Van ‘de Volkskrant heeft eerst daarvoor getekend maar doet dat niet meer’ (Maarten) tot ‘daar betalen mijn abonnees niet voor’ (Joep) tot ‘ik vind u levensgevaarlijk’ (Simon). Pardon? Levensgevaarlijk? Simon verklaart zich nader: ‘Journalisten moeten streven naar de waarheid’. Jelmer pareert met: ‘Het streven naar objectiviteit is naïef’. Hij gelooft niet dat neutrale journalistiek bestaat. Ik bedenk dat elke krant gekleurd is en ga in zoverre met hem mee. Hetzelfde nieuwsfeit wordt door een Telegraaf, Volkskrant en NRC heel anders gebracht. Als nieuws neutraal was, hadden al die tegenstrijdige koppen waar ze het eerder over hadden, niet bestaan.

Op de vraag ‘mag een journalist een agenda hebben?’ reageert alleen Bart, naast Jelmer, positief. ‘Als je maar transparant bent’. Jelmer pleit om transparant te zijn in hoe je je nieuws verslaat. Bart vindt dat nieuwsartikelen in een bepaalde context geplaatst moeten worden. Hij wil met zijn blog de kloof tussen wetenschap en publiek verkleinen.


 

In het tweede deel het betoog van Simon Rozendaal (zijn sceptische kijk op klimaatwetenschap), over een ‘buitengewoon emotioneel debat’, over de definitie van klimaatwetenschap en over het verschil tussen de ‘oude rotten’ (liefkozend bedoeld) en de ‘nieuwe garde’ (idem). Ga naar: Deel 2.

Foto’s van http://www.sciencecentre.tudelft.nl/en/room-reservation/rooms/mekelzaal/ 

2 thoughts on “Alwéér het klimaat, een figuurlijke bom en een levensgevaarlijke journalist

  1. Jammer dat er niemand in de zaal zat die iets meer van de wiskunde paraat heeft om Rozendaal te pareren. Ioannidis gaat over de statistiek van experimenten, waarbij het vaak (on)bewust manipuleren van de experimentele gegevens aan de orde van de dag is (het zg. p-hacken). Als je er in duikt om te kijken hoe dat gebeurt, zie je dat ze vaak ook helemaal niet snappen wat ze aan het doen zijn, het is het mechanisch volgen van het receptje in SPSS of SAS.

    Klimaatwetenschap kan niet experimenteren, en gebruikt dus een heel ander stuk statistiek, en bepaald niet de simpelste stukken. Ergens las ik dat iemand klimaatwetenschap een vorm van toegepaste wiskunde vond, helaas weet ik niet meer waar. Wel is het zo dat een aantal wiskundigen via hun onderzoek in de klimaatwetenschap terecht zijn gekomen. Neem Gavin Schmidt, directeur van NASA GISS, gepromoveerd wiskundige. Zie https://en.wikipedia.org/wiki/Gavin_Schmidt.

  2. Pingback: Onrijpe wetenschap, het emotionele betoog en de waarheid die niet in het midden ligt | Gean Ockels

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *